Archief van
Categorie: Barbecue

Broodje grillburger

Broodje grillburger

DSC_1755

Lekker als je de bbq vandaag nog aansteekt, een broodje hamburger kan altijd. Je kan natuurlijk kant en klare hamburgers kopen, maar je kan ook je hamburger zelf maken! Hier zijn ze een groot succes en het middelste kind gaf het grootste compliment dat ze kon bedenken…’ze zijn nog lekkerder als bij McDomals’ . Moelijk is het niet en uiteindelijk is het nog een stuk goedkoper ook 😉 Ik maak altijd 10 hamburgers en vries dan de helft in voor een volgende keer, dus ik geef jullie ook de hoeveelheden voor 10 hamburgers 🙂

Wat heb je nodig:

  • 500 gram rundergehakt
  • 500 gram tartaar
  • 2 eetlepels havermout
  • 1 eetlepel zout
  • 2 teentjes knoflook geperst
  • 1 eetlepel mosterd
  • 1 theelepel gerookt paprikapoeder
  • broodjes
  • garnituren zoals: sla, tomaat, augurk, cheddarkaas
  • barbecuesaus
  • 2 grote uien, in halve ringen gesneden
  • scheutje ketjap

Hoe maak je het?

Kneed het gehakt met de tartaar, de havermout, de knoflook, mosterd en de kruiden tot een mooi mengsel. Goed kneden is belangrijk voor de binding van de hamburger, ik maak dus gebruik van de keukenmachine. De keukenmachine laat ik draaien tot ik zie dat het gehakt goed gebonden is, dus geen losse structuur meer heeft. Vorm van dit mengsel 10 burgers met behulp van een hamburgerpers of gewoon met de hand. Laat de burgers in de koelkast een uurtje opstijven.

Warm intussen de barbecue voor, de burgers worden direct boven de kolen gegrild. Wacht tot de kooltjes witheet zijn voordat je begint, alleen dan zijn ze op de juiste temperatuur voor het snel dichtschroeien van het vlees 😉

Als de barbecue staat voor te warmen kan je mooi uitjes bakken, gebakken uitjes maken voor mij een broodje hamburger wel echt af 😉 Laat hiervoor wat olie in een koekenpan heet worden, waarna je de ui ringen met wat zout glazig laat bakken. Gaat het te snel doe dan een drupje water bij de uien in de pan, je wil ze lekker zacht en zoet hebben. Zodra ze zacht zijn en bruin beginnen te kleuren, doe je er een klein beetje ketjap bij en laat je het nog heel even inkoken.

De burgers gril je op hoog vuur aan beide kanten ongeveer 4 minuten, smeer ze tijdens het grillen in met de barbecuesaus. Zo krijg je een lekker plakkerig laagje om je burger. Als je het lekker vind leg je een plakje cheddarkaas op de burger en laat je dit even smelten op de barbecue.

Beleg je broodje met wat je maar lekker vind en de heerlijke burger met gebakken ui, met wat salade is dit een heerlijk makkelijke maaltijd op warme dagen.

Eet smakelijk!

lekker kontje (lamsbout van de barbecue)

lekker kontje (lamsbout van de barbecue)

Belofte maakt schuld 😉 Vorige week beloofde ik aan mijn instagramvriendjes het recept van de heerlijke lamsbout, die ik gepost had. En hier is hij dan eindelijk! Lamsbout is een heerlijk dooraderd stuk vlees, wat het best rose of supergaar gegeten kan worden. Deze keer hebben we gekozen voor rose. Because i like my meat pink 😉

DSC_2659a

Wat heb je nodig:

  • Een mooi stuk lamsbout. Dit maak je natuurlijk niet voor 2 personen 😉
  • grof zeezout
  • olijfolie (ik gebruik zo’n sprayflesje)
  • een paar tenen knoflook in lucifertjes gesneden
  • een bosje tijm
  • een barbecue (in de oven kan ook natuurlijk)
  • een kerntemperatuurmeter

Hoe maak je het?

In een woord: Supermakkelijk!!

Zorg dat je de barbecue op temperatuur hebt, je wil hem rond de 175 graden hebben, zo word het vet ook lekker krokant. Verder gaar je hem indirect , dus je legt de kolen aan de ene kant in de barbecue en een lekbak voor braadvocht en vet aan de andere kant. Het lamsvlees leg je niet boven de kolen natuurlijk maar boven de lekbak 😉

Het vlees voorbereiden doe je als volgt: je pakt een mooi lang, dun mes (een fileermes is ideaal) en je prikt het vlees rondom helemaal in. In al deze gaatjes stop je stukjes knoflook en takjes tijm. Wrijf het vlees in met mooi grof zeezout en wat olijfolie. Nu mag hij op de barbecue, maar niet voordat je een temperatuurmeter in het dikste deel van het vlees hebt gestopt.

Je wil dit vlees namelijk mooi rose houden, doorgeslagen (te gaar) is het net een schoenzool 😛 Hou dus een kerntemperatuur aan van 59 a 60 graden. Als het vlees die temperatuur heeft bereikt (dit duurde bij ons anderhalf uur) haal je het van de barbecue en leg je het in een schaal, dek af met aluminiumfolie en laat ongeveer een kwartier tot een half uur rusten voordat je er mooie plakken van snijdt.

Eet smakelijk!

Zomerse aardappelsalade met Postelein

Zomerse aardappelsalade met Postelein

Voor Op zo’n warme broeierige dag als vandaag, wanneer je het liefst niet te moeilijk doet en warm eten eigenlijk niet zo lekker is…..Een heerlijk frisse aardappelsalade met postelein en spekjes. Ook lekker bij de barbecue of gewoon als hoofdgerecht op zichzelf. Niet teveel werk maar een ontzettend smakelijk resultaat!

DSC_2158

Wat heb je nodig:

  • 600 gram vastkokende krieltjes
  • 1 bosje postelein
  • 200 gram spekjes
  • Sap van een halve citroen
  • 1 eetlepel lekkere olie
  • 1 kleine eetlepel grove mosterd
  • klein theelepeltje suiker
  • klein bakje cottage cheese

Hoe maak je het?

Was de aardappeltjes en snij ze doormidden. Kook in de schil in ongeveer 10 minuutjes beetgaar. Giet af en laat droogstomen.

Bak in een droge koekenpan de spekjes bruin en meng met het citroensap, de olie (als je het te vet vind kan je altijd wat van het spekvet afgieten) de mosterd en de suiker tot je een lekkere warme dressing hebt.

Doe deze dressing bij de nog warme aardappeltjes en laat het samen afkoelen tot het lauw is. Doordat je de dressing bij de warme aardappeltjes doet, trekken de smaken er veel beter in. (jummmm).

Was nu de postelein, verwijder lelijke stukjes en snij de stelen fijn. Laat goed uitlekken of droog het in de sla centrifuge. Meng de postelein door de lauwe aardappeltjes met het spek.

Leg voor het serveren een lekkere berg salade op het bord en schep daarboven op een goeie lepel cottage cheese.

Eet smakelijk!

Het paradijs voor de carnivoor

Het paradijs voor de carnivoor

Het was nog vroeg in de ochtend toen een roedel hongerige wolven het noord-oostelijk gelegen poldergebied van ons land achter zich liet en op jacht gingen naar vlees… véél vlees!
Het was deze hongerige wolven ten ore gekomen dat er een nieuw paradijs bestond. En niet zomaar een paradijs, maar hèt Paradijs voor de Carnivoor, beter bekend als “Butcher’s Heaven“.

De jonge wolven hoefden niet ver te zoeken, want het nieuwe paradijs verraadde zichzelf al snel door met de grote rookpluimen en de geur van vleesgebraad die alom de locatie van deze vleeshemel prijs te geven. Al snel kon het verslinden van prooien beginnen…

Dat verslinden ging overigens veel makkelijker dan gedacht. Hoewel deze wolven natuurlijk direct bereid waren om hun tanden overal in te zetten, bleek de lokale bevolking van dit paradijs zeer vakkundig te zijn in het bewerken van vlees. Gewapend met vlijmscherpe messen vielen zelfs de meest grote stukken vlees ten prooi aan deze vakmannen. Schitterend om te zien.

DSC_2194a DSC_2195a

Het enige wat deze jonge wolven hoefden te doen was aanvallen. En dat deden ze…

DSC_2232a

Het ene na het andere kuddedier werd verslonden. Natuurlijk verwachtten deze lokalen wel een tegenprestatie voor hun harde vakwerk. Maar gelukkig, met een paar botten als betaalmiddel waren zij al dik tevreden.

DSC_2266aDSC_2288DSC_2270a

Na al dat heerlijke eten moest de dorst van deze hongerige wolven natuurlijk ook gelest worden. Ook daar was in het walhalla voor de carnivoor rekening mee gehouden.

DSC_2261wDSC_2339w

Een zekere meneer Beam was prominent aanwezig in het paradijs. Een van zijn volgelingen wist ons het een en ander aan nuttige weetjes over te dragen. En na zoveel heerlijke dranken, welke mogelijk voorzien waren van enige alcoholische percentages, dan moet je er soms even bij gaan zitten… en genieten van een gewoon lekker bakje koffie. Hoewel, gewoon….

DSC_2338

Zelfs hier werd liefde in gestoken! Schitterend!

DSC_2286aDSC_2275a
DSC_2310aDSC_2297aDSC_2322a

Vol maar voldaan keerden de jonge wolven weer terug naar het verre noord-oosten. Terug naar het vredige platteland. Maar natuurlijk niet zonder buit!  Om nog een kleine blijvende herinnering over te houden aan dit hachelijke avontuur……

DSC_2373

En, het zou maar zo kunnen… dat wij dit paradijs nog eens gaan bezoeken.

Was getekend….
Michel…. a.k.a. “The Mr.”…. of wel  de man van Bonsje 😉

Homemade Spareribs van de BBQ

Homemade Spareribs van de BBQ

Wat is er nou lekkerder dan spareribs? Van die heerlijk zachte zoete stukken varkensvlees die haast van het bot vallen van gaarheid. Lekker ouderwets kluiven en dan het vet van je kin moeten vegen 😉 Ik persoonlijk kan me weinig lekkerder voorstellen, vooral onze spareribs naar eigen recept van de barbecue….. die zijn nog lekkerder dan de spareribs van grillroom Hawai op Urk en dat wil wat zeggen! Vandaag wil ik jullie ons geheim vertellen….je hebt er wel een mooie barbecue met deksel en een flinke portie geduld voor nodig, want je bent inclusief marineren toch zo’n 2 dagen bezig 🙂 Maar als ze dan op je bord liggen, kan je zeggen dat je dat zelf hebt gemaakt 😛 en het is echt absoluut de tijd en de moeite waard! Ga wel naar een goede slager en koop daar mooie dikke vlezige ribben, die dunnetjes zijn wel goedkoper maar dan heb je er ook meer nodig en je krijgt nooit die lekkere bite. Nadat je dit hebt gegeten koop je nooit meer die voorgegaarde, kant en klaar gemarineerde spareribs die je in de supermarkt ziet liggen! Dit recept is voldoende voor 1 dikke rib waar je met 2 personen van kan eten, voel je vrij om zelf de hoeveelheden te vermeerderen 😉

dsc_1776a

Wat heb je nodig:

  • Mooie varkensribben
  • 3 theelepels zout
  • 2 eetlepels lichtbruine suiker
  • 1 theelepel knoflookpoeder
  • 1 theelepel gemalen komijn
  • 2 theelepels gerookt paprikapoeder (dit is echt onmisbaar in de keuken)
  • 2 theelepels zoet paprikapoeder (de gewone dus)

voor het aflakken van de ribben gebruik je een smeersel van 100 ml keukenstroop gemengd met 50 ml goede barbecuesaus en een snuf zout.

Hoe maak je het?

Je begint een dag voordat je wil gaan grillen met de voorbereidingen. Pak je ribben en snij ze in 2 stukken. Kijk nu naar de holle kant van de ribben, hier zie je een vlies zitten. Dit vlies wil je er af hebben 😉 zo kan de marinade beter intrekken en word het eindresultaat nog malser en lekkerder! Pulk dus met een mesje een stukje van het vlies los en trek het er dan voorzichtig helemaal af. Meng nu alle specerijen door elkaar en bestrooi je ontvliesde ribben er royaal mee. Nu zet je ze terug in de koelkast om een nachtje lekker te marineren. Doe ze wel even in een schaaltje trouwens, je wil geen marinadefeest in je koelkast 😉

De volgende dag maak je de ribben klaar volgens de twee/een/half methode, wat betekend dat je ribjes zeker drie en half uur op de barbecue op niet al te hoge temperatuur zullen liggen garen. ‘The Mr’ neemt het verhaal vanaf hier over, want dit is zijn afdeling 😉

Allereerst begin je met het voorbereiden van de barbecue. Zet gelijk je barbecue-starter aan met ongeveer 10 briketten. Dit is voldoende om de rest van de briketten die we gaan gebruiken te laten ontbranden. Leg in de tussentijd de briketten in je barbecue, volgens de ‘snake’-methode. Dit is een methode waarbij de briketten allemaal tegen elkaar, achter elkaar liggen. Zo ontbranden ze stuk voor stuk en hou je een constante temperatuur in de barbecue. Ik maak altijd een snake van twee briketten naast elkaar en een derde briket er bovenop. Uiteindelijk gebruik je dan ongeveer 30 briketten. Dat is ruim voldoende voor het garen van deze ribbetjes.

Plaats een lekbak met water onder je grillplaat (dus op dezelfde hoogte als je briketten) en vul deze met kokend water. Deze lekbak heeft twee functies. 1): je vangt het vet op wat uit je ribbetjes zal lopen (en wanneer je straks met de marinade knoeit…. wat gaat gebeuren… dan zit niet gelijk je hele barbecue onder de rommel) en 2): het water zal, wanneer de barbecue té heet wordt, aan de kook raken, stoom produceren en daarmee de temperatuur weer naar ongeveer 100 graden terugbrengen.

Wanneer je briketten witheet zijn, leg ze aan het begin van je ‘snake’. Doe de deksel erop, zet de schuiven van je luchttoevoer volledig open en laat de barbecue op een temperatuur van ongeveer 110 graden komen.  Dit kan een half uurtje duren. Geef het de tijd! Blijft de temperatuur te hoog, speel dan wat met de schuiven van je luchttoevoer.

Voor het bakken van de spareribs gebruik ik de “twee/één/half” methode. Dat betekent:
1) Twee uur indirect garen
2) Eén uur indirect èn ingepakt
3) Een half uur op indirect met een flinke aflak laag

Wanneer je barbecue de gewenste temperatuur heeft bereikt mag je de spareribs op de grill leggen. Waar en hoe je ze neerlegt, dat is aan jou. Zolang je ze maar NIET boven de briketten neerlegt èn ze boven de lekbak liggen. Ik gebruik zelf een bordenrekje van de Ikea. Daar kan ik ze keurig in rij in plaatsen.

En nu is het geduld hebben. Kijk niet teveel onder de deksel, ook al is dat erg verleidelijk. De temperatuur zal snel dalen. En dat is niet goed voor het garen.

Na twee uur garen mag je ze eraf halen. Pak de spareribs in (bij voorkeur individueel) met aluminiumfolie en plaats ze daarna weer terug op de barbecue.

Nu moeten ze weer een uur liggen. Wederom, heb geduld! Je bent bijna klaar 🙂

Wanneer ook dit uur verstreken is, is het tijd voor het aflakken. Pak de spareribs van de barbecue, haal ze uit het aluminiumfolie en leg ze weer terug op de grill. Gebruik nu het bordenrekje niet! Dat maakt het smeren namelijk verrekte lastig. Leg ze gewoon op de grill en smeer ze in met een dikke laag lak. Knoeien is niet erg (daar heb je immers het bakje voor liggen). Smeer beiden kanten in. Nu is het weer even geduld hebben. Ik smeer er na elke 10 minuten een extra laagje bovenop. De suiker in het smeersel karameliseert lekker en geeft je spareribs een zoete smaak.

Na een half uurtje ben je klaar! Haal je spareribs van de barbecue. Het is tijd om te eten! 🙂

Dat heeft ‘The Mr’ mooi duidelijk geschreven volgens mij 😉 Ik hoop dat jullie dit gaan proberen en alvast….Eet smakelijk!

Stoere kipvleugels

Stoere kipvleugels

Vandaag een receptje voor superstoere kipvleugels 🙂 Deze kipjes zijn zo stoer omdat ze hebben gezwommen in Islay Whisky 😉  Deze whisky staat bekend om zijn rokerig, zilte smaak en geur. Wij zijn echte whisky-lovers, vandaar ook dat ik er graag eens mee kook. Mannen eten graag echt vlees met echte botten, dussss kipvleugeltjes moet voldoen 😉 Een stoer gerecht voor ‘Echte mannen met haar op hun kin’ . Dit gerecht is ook fantastisch voor op de barbecue. Dat maakt de kip nog net iets stoerder 😛

DSC_1661a

Wat heb je nodig:

  • ongeveer 10 kipvleugels (van die dubbele)
  • 300 ml cola
  • 150 ml whisky
  • 1 eetlepel zout
  • 1 eetlepel honing
  • 2 eetlepels barbecuesaus (welke je lekker vind)
  • 1 theelepel knoflookpoeder (normaal gebruik ik verse knoflook maar ik kan nog geen knoflookteentje persen momenteel)

Hoe maak je het?

Begin lekker een dagje van tevoren, zo kan je kip lekker lang zwemmen. Door de cola zal het vlees super zacht worden en alle smaken kunnen goed intrekken.

Meng alle ingrediënten voor de marinade en leg de kip er in, zet de schaal terug in de koelkast voor minimaal een uur maar een dagje is nog beter. Draai de kip regelmatig even in de marinade.

Als je het gaat klaarmaken begin je ook ruim op tijd. Je kookt de kip in de marinade ongeveer 20 minuten voor, en daarna ga je de kipjes pas grillen.

Dussss mik de kip met marinade en al in een pan en breng aan de kook. Kook dit voor ongeveer 20 minuten tot de kip gaar en zacht is. Verwarm nu de grill voor op 200 graden of maak de barbecue klaar voor gebruik.

Laat de marinade inkoken tot het wat dikker is, hiermee kan je de kip tijdens het grillen lekker insmeren.

Leg de kipjes op een ovenplaat of de barbecue en grill tot ze lekker knapperig zijn. Tijdens het grillen smeer je ze een paar keer in met de marinade.

Heerlijk met Zoetzure Komkommer of Bonsje’s Coleslaw en gepofte aardappels.

Eet smakelijk!

Plukbrood voor op feestjes of bij de borrel.

Plukbrood voor op feestjes of bij de borrel.

Of je in dit geval echt van een recept mag spreken weet ik eigenlijk niet 🙂 Wat ik wel weet, is dat dit plukbrood een ontzettend groot succes was tijdens de laatste familiebarbecue! We hadden het brood een levensverwachting gegeven van 2 minuten….dat heeft hij niet gehaald 😛 (wij lusten echt graag wat 😉 ) Binnen no time was het lekkers al smakkend in 10 gulzige monden verdwenen. Gelukkig was het een ‘Amerikaanse fuif’ dus was er dankzij de zusjes van den Berg weer veel te veel eten, anders had ik wel tien van deze broodjes mee mogen nemen 😉

Wat heb je nodig:

  • een groot afbakbrood als een focaccia of ‘passie en liefde’ afbakbrood van ah
  • kruidenboter
  • plakjes jonge kaas
  • plakjes chorizo
  • plakjes rauwe ham
  • bol mozarella

12891585_1196044560406865_5139906359856822_o

Hoe maak je het?

Haal het brood uit de verpakking en snij er een ruitjespatroon in. Let op dat je het niet in blokjes snijdt, dus niet helemaal door.

Leg het nu vast op een royaal stuk aluminiumfolie, hier bak je het straks in af en als het gevuld is is het niet meer over te hevelen ;).

Snij de plakjes jonge kaas in reepjes en druk deze reepjes in de lengte tussen de sneetjes in het brood. De sneetjes die hier dwars op staan doe je klontjes kruidenboter in. Dit is een beetje proppen en klieren maar het hoeft niet mooi te zijn 😛 het is straks echt superlekker en dus alle moeite waard! Prop nu her en der in de kiertjes en sneetjes plukjes ham en chorizo, druk maar lekker vol dat brood. Als het brood wat uit elkaar scheurt…. maakt niet uit! gewoon weer tegen elkaar aandrukken. Verdeel als laatste de mozarella over het brood, je kan dit doen door het in plakken te snijden maar ik heb er gewoon plukken vanaf gescheurd.

Nu pak je het brood stevig in in aluminiumfolie, dit is even een klusje omdat het brood zwaar is maar het gaat je lukken 😉 Bak het brood in de oven op 200 graden voor 12 a 13 minuten in de aluminiumfolie af. Het is ook spectaculair leuk om het hele pakket op de barbecue af te bakken, voor de stoere mannen onder ons 😉

Serveer op een mooie plank of een mooi bord, maak het aluminiumfolie open en vouw terug. Geniet van het aanzicht als de hongerige meute zich al plukkend op het brood stort 😛 Zorg dat je zelf ook een hap krijgt…….

Dit is een plukbrood omdat je echt niet de moeite hoeft te nemen om het te snijden, je plukt er gewoon lekker met de hand een stuk af.

Eet smakelijk!

Picanha a.k.a. Staartstuk van de barbecue

Picanha a.k.a. Staartstuk van de barbecue

Elke keer als ik bij de slager kom, sta ik enorm te kwijlen bij de vitrine met het mooie grote vlees. Lamsbout, staartstuk, buikspek, echt prachtige stukken vlees! Maar ja…. we zijn maar met z’n tweeën 😉 Vorige keer heb ik me daar eens niet door laten weerhouden, en heb ik een stuk Picanha meegenomen. een dikke kilo vlees, maar hoe maak je dat nou klaar?! Via de smoke&bbq groep op facebook had ik al wel veel gezien, maar nog weinig echte info over kerntemperatuur en kruiderij in mijn koppie opgeslagen. Wel heel veel spectaculaire foto’s gezien van vlammende stukken vlees, verbrande baarden en prachtige plakken vlees. Werk aan de winkel dus voor ‘the Mr’

DSC_0796DSC_0795a

Dit is de lap vlees waar we mee begonnen, op de bovenste foto is het vlees gekruid met zwarte peper en zeezout.

wat heb je nodig:

  • een stuk picanha
  • zwarte peper uit de molen
  • grof zeezout naar smaak
  • een barbecue met deksel
  • een vleesthermometer
  • briketten

Hoe maak je het?

Begin met de vetlaag van het vlees in te snijden met een scherp mes, let daarbij wel op dat je niet in het vlees zelf snijdt! (de vetlaag snij je in zodat het vlees niet kromtrekt bij het krimpen van het vet) Nu kruid je het vlees licht met peper en zout.

Begin nu met het opstoken van je barbecue. Gooi de brikettenstarter maar vol , als je briketten gloeien leg je ze op een hoopje op de barbecue.

Leg nu je vlees zo op de barbecue dat het niet boven de hete briketten ligt, zo kan je het indirect garen. Dit garen doe je tot je een kerntemperatuur bereikt hebt van 48 graden. let op dat je barbecue niet te heet is, 150 graden is een mooie starttemperatuur.(steek je vleesthermometer in het dikste deel van het vlees) Zodra je de kerntemperatuur van 48 graden hebt bereikt, begint de grootste lol…. Het afgrillen!

CSC_0801

Hierbij blijf je bij je barbecue 😉 Leg het vlees boven de gloeiende briketten. Door het vet wat er uit zal lopen, krijg je prachtige vlammen. Hierdoor krijg je een mooi korstje aan het vlees en het smaakt heerlijk gegrild 😉 Draai regelmatig (pas op voor baarden, snorren en kleding) tot je de juiste kleuring aan het vlees hebt gekregen.

Nu is het tijd om je vlees van het vuur te halen! Pak het goed in, in aluminiumfolie en laat zeker een half uur rusten. Na dit half uur ben je good to go 🙂 Je mag het vlees aansnijden!

DSC_0803a

Zorg dat je het vlees mooi op de draad snijd, kijk eens hoe supermals het is! Dit is vlees voor echte genieters 🙂

Wij hebben het gegeten met in ganzenvet gebakken aardappels en mijn champignonsausje

DSC_0808a

Uiteindelijk hadden we zoveel vlees dat een vriendin ook nog een portie voor 2 personen heeft gekregen en wij er ook nog een dag extra van hebben kunnen eten, maar het was het absoluut waard! Ik twijfel nooit meer bij de slager of ik dit wel mee ga nemen 😉 Natuurlijk neem ik dit mee!

Gegrilde ketjapkip met frisse kokosrijst.

Gegrilde ketjapkip met frisse kokosrijst.

Zo af en toe wil ik gewoon echt een lekker stukje vlees van de grill. Mooi sappig vlees met zo’n fijn schroeirandje 😉 Zo had ik dat laatst dus ook! Biefstuk had ik niet in de diepvries maar nog wel lekkere kipdij filetjes. Ik wou hier graag spiesjes van maken met een fijne marinade,en dit was het uitermate smakelijke resultaat 🙂 ‘the Mr.’ heeft er van gesmuld!

‘Gegrilde ketjapkip met frisse kokosrijst’

DSC_0753a

Wat heb je nodig:

voor de kipspiesjes

  • 250 gram kipdijvlees
  • satestokjes
  • scheutje ketjap
  • 1 theelepel thai red curry kruiden

voor de kokosrijst

  • 1 grote theemok rijst
  • 2 grote theemokken water
  • 50 gram santen (ingedikte kokosmelk)
  • 1 halve rode chilipeper
  • 1 halve citroen
  • snuf zout

Hoe maak je het?

Begin met je kipdijvlees in de marinade te zetten. Hievoor snij je de kip in blokjes en meng het met een ruime scheut ketjap en de kruiden. Laat dit minimaal een half uur marineren. Langer is lekkerder 😉

Zet nu je rijst op met het water en de santen en een snufje zout, de halve citroen kan je hierin uitknijpen (pas op voor pitjes) Je laat de citroen en de peper gewoon meekoken. Na het koken vis je dit er makkelijk weer uit. Breng aan de kook en laat op laag vuur koken tot je vocht opgenomen is. Als de rijst gaar is zet je het vuur uit en laat je het een kwartier met het deksel op de pan staan.

Nu mag je eindelijk de kipblokjes aan de spiesjes rijgen 😉 Zorg voor een hete barbecue (grilpan mag ook) en gril de kip mooi gaar en bruin. Bestrijk wel af en toe met je heerlijke marinade, zo krijg je een mooi gelakt, glanzend spiesje.

Schep de rijst op het bord en leg die heerlijk malse kipspiesjes erbovenop.

Wij aten dit met zoetzuur van komkommer, pindasaus en seroendeng. Gegarneerd met wat lente ui. Echt superlekker, supermakkelijk en snel klaar!

Deze hoeveelheden zijn voldoende voor 2 personen.

Bonsje’s Coleslaw

Bonsje’s Coleslaw

Ik had het in een eerder recept al benoemd natuurlijk 🙂 Pulled pork met coleslaw…… Echt te lekker! Vandaag het recept voor de koolsalade die ik altijd maak. Deze lijkt een beetje op die van een grote kipjesketen, waar ik stiekem ontzettend dol op ben 😉

DSC_0737a

Soms hoeft lekker echt niet moeilijk te zijn 🙂 Deze salade bevat niet veel ingrediënten en is binnen no time klaar.Het is een echte klassieker voor bij de barbecue (anders dan mannen, eten vrouwen daar ook wel graag iets gezonds bij 😉 ) Met de hoeveelheden die hieronder staan aangegeven, kunnen 4 personen ruim voldoende eten.

Wat heb je nodig:

  • een halve witte kool
  • een hele grote winterpeen
  • 2 eetlepels yoghurtmayonaise
  • 2 eetlepels suiker
  • 1 eetlepel appelazijn (ik denk dat witte wijnazijn ook prima kan)
  • 1 half bekertje creme fraiche
  • peper en zout naar smaak

Hoe maak je het?

Rasp je winterpeen op een grove stand en doe daarna in een ruime schaal zodat je goed kan mengen 🙂

Snij je witte kool superfijn, ik zelf heb daar een mandoline voor gebruikt. Doe de witte kool bij de wortel en bestrooi met een stevige draai aan de zoutmolen. Hierbij doe je ook vast de suiker, Masseer de kool en de peen even stevig met het zout en de suiker zodat het wat zachter word.

nu roer je alle ingrediënten voor de dressing erdoorheen en maak je het af met een flinke draai zwarte peper. Even proeven of je de verhouding zo lekker vind. (suiker, zout en azijn kan je altijd wat meer van nodig hebben)

Laat zeker twee uur in de koelkast op smaak komen voordat je het serveert. Deze salade is heerlijk bij de barbecue of gewoon bij een heerlijke steak!

Pulled pork van de barbecue

Pulled pork van de barbecue

Zoals beloofd, vandaag het recept van de pulled pork 🙂 Je komt pulled pork tegenwoordig overal tegen, zelfs gevacumeerd in de supermarkt…. Daar doen wij natuurlijk niet aan mee. Wij gaan voor het echte werk! Low en slow op de barbecue, uren geduld hebben tot het vlees zo mals is dat het uit elkaar valt. Uiteraard kan je ook Pulled pork in de slowcooker maken, maar dat vind Michel niet stoer genoeg. Echte mannen spelen graag met open vuur. 😉

Hou er rekening mee dat het vlees ongeveer 30% gewicht zal verliezen. Dit kan je helpen bij het bepalen voor hoeveel mensen je pulled pork wilt bereiden en dus het inkopen van de hoeveelheid vlees. Pulled pork word over het algemeen gemaakt van de goed dooraderde stukken van het varken, zoals van de nek en de schouder.

DSC_0658a

Wat heb je nodig:

  • een stuk goed dooraderd varkensvlees aan een stuk
  • een rub om het vlees mee te marineren
  • een glaceersaus om het vlees af te lakken en als saus na het ‘pullen’
  • een barbeque met deksel
  • briketten die goed heet blijven (bv. kokosbriketten)
  • een beetje rookhout
  • een vleesthermometer
  • een enorme dosis geduld

Zo maak je het:

Begin tenminste één dag van tevoren met de voorbereidingen. Het stuk vlees moet namelijk een nachtje in de rub staan, zodat deze lekker kan intrekken.

Rub:

  • 1 el zout
  • 2 el bruine suiker
  • 1 el olie
  • 3 el zoete ketjap
  • 3 el balsamico azijn
  • 4 tl knoflook-paprikapoeder
  • 4 tl gerookte paprikapoeder
  • 4 tl paprikapoeder
  • 1 tl baking soda

DSC_0651a

De eerste stap is eenvoudig. Meng alle ingrediënten van de rub door elkaar en marineer het het vlees er mee. Een makkelijke manier om het vlees te marineren is door een stevige waterdichte plastic zak te gebruiken en hier het vlees en de rub in te doen. Knoop de zak goed dicht en ‘masseer’ het vlees met de rub, zodat de rub goed verdeeld is en je zelf mooie schone handjes houdt. Wat niet vies is, hoeft niet vies te worden! 🙂

Plaats de zak met het vlees in een schaal in de koelkast en laat deze een nachtje rusten. De schaal is voor de zekerheid. Mocht er toch wat uitlekken, dan heb je geen slagveld in je koelkast.

De dag van de barbecue!

Tip: begin vroeg! De bereiding van de Pulled Pork kan oplopen tot wel 10 uur. Mijn eerdere bereidingen van Pulled Pork wisselden van 6 tot 14 uur, afhankelijk van de temperatuur van de barbecue en de buitentemperatuur.

Haal allereerst het vlees uit de koelkast en laat het even op temperatuur komen. In de tussentijd kun je mooi de barbecue voorbereiden.

Belangrijk voor ‘Low en Slow’ is dat de barbecue gedurende de gehele tijd een mooie constante temperatuur van 105 graden houdt. Hiervoor zijn verschillende methodes. Mijn eigen voorkeur heeft de ‘snake-methode’. Hierbij worden de briketten in een bepaalde manier in de barbecue gelegd, waardoor deze achter elkaar ontbranden en daardoor voor een continue temperatuur zorgen. Plaats op twee plekken op de briketten-‘snake’ wat rookhout. Dit zal gedurende het garen ontbranden en een licht rokerig smaakje aan je vlees geven.

Plaats het vlees zo op de barbecue dat het niet direct boven de briketten ligt. Het vlees wordt op deze manier ‘indirect’ gegaard. Gebruik een vleesthermometer om de kerntemperatuur van het vlees in de gaten te houden. Belangrijk: til de deksel gedurende het bakproces niet te vaak op. Het is verleidelijk om regelmatig even te kijken hoe mooi je vlees aan het worden is, alleen daalt de temperatuur van de barbecue iedere keer dat je de de deksel optilt. Dus dat betekent ook weer later eten 🙂

Als na een aantal uur de kerntemperatuur van het vlees 70 graden heeft bereikt, is het tijd om het vlees in te smeren met de glaceersaus.

Glaceersaus:

  • 50 ml barbecuesaus
  • 50 ml zoete chilisaus
  • 2 eetlepel zoete ketjap
  • 1 grote theelepel mosterd
  • 1 eetlepel mango chutney
  • 2 eetlepel bruine suiker
  • sap van een halve citroen
  • 150 ml cola

Meng alle ingrediënten bij elkaar in een steelpannetje en laat deze inkoken tot een stroperig sausje. De glaceersaus zal door de hitte een lekker korstje aan het vlees geven. Gebruik niet al de glaceersaus voor het lakken. Je hebt het later nog nodig.

DSC_0709a

Geniet eventjes van het verrukkelijke aanzicht en pak dan het vlees in in aluminiumfolie. Door het vlees in te pakken zal de kerntemperatuur sneller voorbij de 75 graden (de beruchte ‘zone’-temperatuur) komen.

Wanneer het vlees de kerntemperatuur van 88 graden heeft bereikt, kan het vlees van de barbecue. Laat het vlees nu een half uurtje rusten in het aluminiumfolie.

Nu ben je klaar om te pullen! (het vlees aan draadjes trekken).

Pullen kan met behulp van twee vorken, maar er zijn ook hele handige ‘klauwen’ te krijgen. Als het vlees gepulled is, meng dan het restant van je glaceersaus door het vlees.

DSC_0724a

Je Pulled Pork is nu klaar! Wij eten Pulled Pork graag op een zacht wit bolletje, samen met Amerikaanse coleslaw.

Eet smakelijk!

Bonsje & Michel